TUINREGLEMENT

INHOUD

Artikel 1. Orde op het complex

Artikel 2. Toegang tot de tuin

Artikel 3. Verantwoordelijkheid van de leden

Artikel 4. Tuingereedschap van de vereniging

Artikel 5. Het bewerken van de tuin

Artikel 6. Langdurige ziekte of afwezigheid

Artikel 7. Onderhoud tuin

Artikel 8. Aanschrijving onderhoud tuin

Artikel 9. Afscheidingen tussen tuinen

Artikel 10. Verbodsbepalingen

Artikel 11. Afwijking van de gestelde regels

Artikel 12. Slotbepaling

 

 

TUINREGLEMENT

 

Artikel 1. Orde op het complex

1. Ter bevordering van de orde, de veiligheid en de reinheid op het complex dient een ieder die zich op het complex bevindt, zich te onthouden van:

a. het aanbrengen van wijzigingen in de bestaande toestand, het verontreinigen, beschadigen of vernielen van al wat binnen het complex aan de zorg van de vereniging is toevertrouwd;

b. het uitoefenen van enige tak van nering of bedrijf, anders dan als servicedienst aan de leden. Deze servicedienst mag alleen worden uitgeoefend met toestemming van en onder door het bestuur te stellen voorwaarden;

c. het aanplakken of verspreiden van geschriften of drukwerken;

d. het stallen of parkeren van voertuigen op andere dan daarvoor aangewezen plaatsen;

e. het gemotoriseerd berijden of met draaiende motor lopen op de paden, m.u.v invalidenvervoer en incidenteel autovervoer, uitsluitend op de verharde paden na verkregen toestemming van het bestuur;

f. het los laten lopen van honden en katten buiten zijn of haar tuin;

g. het spelen op plaatsen waar het veroorzaken van overlast niet te vermijden is;

h. het plaatsen of doen plaatsen van materialen op de gemeenschappelijke paden, zonder uitdrukkelijke toestemming van het bestuur;

i. het na zonsondergang plaatsen of hebben van tenten en andere tijdelijke onderkomens, zonder uitdrukkelijke toestemming van het bestuur;

j. het ten gehore brengen of doen brengen van welke geluiden dan ook die de rust op het complex kunnen verstoren met uitzondering van geluiden als gevolg van noodzakelijke werkzaamheden uitgevoerd op werkdagen;

2. Het bestuur is bevoegd maatregelen te treffen ter bestrijding op het complex van schadelijke dieren, zoals ratten, muizen e.d alsmede van ziekten van planten, bomen en heesters;

3. Invalide- of terreinwagens dient men na gebruik onmiddellijk terug te zetten op de daarvoor bestemde plaats;

4. De leden kunnen alleen op de zaterdagochtenden, tijdens werkbeurten, snoeihout en tuinafval aanbieden ter verwerking in de versnipperraar cq hakselaar onder de volgende voorwaarden:

a. takken mogen niet dikker zijn dan 8 cm en ontdaan van zijtakken;

b. ander tuinafval mag alleen droog worden aangeleverd;

c. geen afval, zoals gras, touw, plastic, wortelkluiten e.d, dat de hakselaar kan beschadigen.

5. Het is verboden tuinafval in de gemeenschappelijke groenstroken te deponeren.

6. Voor de afvoer van al het andere afval dient het tuinlid zelf zorg te dragen.

 

Artikel 2. Toegang tot de tuin

Bestuursleden zijn, evenals de in artikel 25, lid 7 van het huishoudelijk reglement genoemde leden van de Tuincontrolecommissie, bevoegd de tuinen te betreden, ook bij afwezigheid van het tuinlid.

 

Artikel 3. Verantwoordelijkheid van de leden

De leden aanvaarden de verantwoordelijkheid voor al het geen dat hun op het complex verblijvende gezins- of familieleden, dan wel gasten, in strijd met de bepalingen van het huishoudelijk reglement en door de algemene vergadering vastgestelde regels plegen.

 

Artikel 4. Tuingereedschap van de vereniging

Indien tuingereedschap of ander gereedschap van de vereniging wordt gebruikt, is men verplicht dit terstond na gebruik, doch in ieder geval nog dezelfde dag, gereinigd op de centrale bergplaats terug te brengen. Bij nalatigheid of ondeskundig gebruik kunnen door het bestuur passende maatregelen worden genomen, zoals o.a. het vergoeden van de waarde van het zoekgeraakte of vernielde gereedschap.

 

Artikel 5. Het bewerken van de tuin

Het bewerken van de tuin is een uitdrukkelijke verplichting van het lid dat de tuin in gebruik heeft. Het mede bewerken van de tuin door partner of kinderen is toegestaan. In bijzondere gevallen kan, in overleg met het bestuur, van deze regel worden afgeweken.

 

Artikel 6. Langdurige ziekte of afwezigheid

Indien, na een door het bestuur in te stellen onderzoek, blijkt, dat bij langdurige ziekte of afwezigheid een redelijke oplossing voor het onderhoud van de tuin niet mogelijk is, kan tot ontzetting uit het lidmaatschap krachtens artikel 7, lid 8 van de statuten worden overgegaan. Hiervoor is vooraf toestemming van de algemene vergadering vereist.

 

Artikel 7. Onderhoud tuin

1. Ieder lid is gehouden zijn of haar tuin schoon en onkruidvrij te houden. Ook de beplanting in de gemeentelijke groenstrook, dienende tot afscheiding, moet behoorlijk worden onderhouden, tenzij dit door de gemeente of via werkbeurten wordt gedaan.

2. De leden zijn verplicht het pad grenzende aan hun tuin vrij van onkruid te houden.

3. Tuinbonen dienen tijdig te worden getopt en luisvrij gehouden.

4. Zieke, verwaarloosde of hinderlijke bomen, struiken en planten die voor andere tuinen en/of borders een gevaar kunnen vormen of hinderlijk zijn moeten, na bekend zijn daarvan, onmiddellijk worden verwijderd.

5. De leden die langs een sloot tuinieren zijn verplicht de gemeentelijke strook gras langs de sloot, talud (slootkant) regelmatig te maaien en verdere begroeiing te onderhouden. De sloot vrij te houden van, ongewenste beplanting en drijvend vuil.

6. Ieder lid is verplicht zijn tuin en de zich daarop bevindende opstal(len), in goede staat te houden.

7. Bomen en heesters, welke de maximaal toegestane hoogte van 3,5 meter kunnen bereiken, dienen tenminste 2 meter, en andere hoog opgaande planten tenminste 1 meter van de tuinscheiding te worden geplant. Voorts dienen tijdig maatregelen te worden genomen om overschrijding van de maximale hoogte te voorkomen.

8. De leden zijn verplicht langs het gemeenschappelijk pad, waar geen gemeentelijke groenstrook is, een 1 meter brede strook met lage beplanting aan te houden. Aaneengesloten beplanting mag maximaal 1 meter hoog zijn en moet binnen de rollaag blijven.

9. De gemeentelijke groenstroken en taluds behorende tot het complex mogen uitsluitend worden gemaaid en/of gesnoeid. Wijziging daarvan in aard of begroeiing mag alleen na schriftelijke toestemming van het bestuur na verkregen toestemming van de gemeente.

 

Artikel 8. Aanschrijving onderhoud tuin

Indien aan een aanschrijving van het bestuur inzake het onderhoud van de tuin c.a. en/of de zich daarop bevindende opstal(len) binnen de in die aanschrijving genoemde termijn geen gevolg wordt gegeven, dan kan in opdracht van het bestuur e.e.a. worden uitgevoerd door derden, voor rekening van het betrokken lid.

 

Artikel 9. Afscheidingen tussen tuinen

1. De afscheidingen tussen de tuinen mogen uitsluitend bestaan uit levend plantenmateriaal en geen hinder veroorzaken voor de aangrenzende tuin.

2. Het is niet toegestaan om als afscheiding een ligusterheg aan te brengen of te hebben.

3. Struiken dienen tenminste 0.5 meter vanaf de tuinscheiding te worden geplant.

4. Indien over de scheiding tussen de tuinen takken groeien is men verplicht deze op verzoek van zijn of haar buur te verwijderen.

5. Het is verboden om direct langs de scheiding tussen de tuinen een greppel, voor afwatering of dergelijke, te graven.

6. De toegang tot de tuin mag bestaan uit een naar binnen draaiend tuinhek, met een maximale maat van 0,8 meter hoog en 1 meter breed.

 

Artikel 10. Verbodsbepalingen

Het is een (kandidaat)lid verboden:

1. zonder toestemming van de rechthebbende diens tuin te betreden, met uitzondering van de bestuurs- en commissieleden ter uitoefening van hun functie;

2. huisafval, anders dan in plastic zakken op te slaan, en langer dan 1 week op de tuin te houden.

3. sloten, paden of borders te verontreinigen en bij sterke wind gewasbeschermings- middelen te spuiten;

4. afrasteringen te beschadigen, grens(piket)palen te verplaatsen of afscheidingen in welke vorm dan ook te wijzigen, tenzij met schriftelijke toestemming van het bestuur;

5. levende have voor een aaneengesloten periode langer dan één dag op de tuin te houden;

6. vogelverschrikkers te plaatsen of dode dieren op te hangen;

7. tussen 15 november en 1 april bonenstaken te hebben staan;

8. een brandstof te gebruiken welke rook of stank veroorzaakt;

9. L.P.G. gas te gebruiken of in tanks voorradig te hebben. Uitsluitend gebruik van propaangas is toegestaan;

10. motorpompen, motormaaiers of andere geluidshinder veroorzakende apparaten te gebruiken, tenzij met toestemming van het bestuur;

11. afstapjes naar de sloten aan te brengen, anders dan met toestemming en volgens aanwijzing van het bestuur;

12. populieren, wilgen, elzen en overige, door het bestuur niet toelaatbaar geachte beplantingen te hebben;

13. buiten aanwezigheid van het lid, anderen te laten oogsten, zonder een door het lid verstrekte schriftelijke toestemming welke op verzoek aan bestuurs- of commissieleden moet worden getoond;

14. zijn of haar tuin en/of opstal(len) geheel of gedeeltelijk aan anderen in gebruik te geven of te verhuren;

15. de tuin of andere plaatsen op het complex te gebruiken voor het opslaan van niet voor de tuin noodzakelijke materialen, in welke vorm dan ook;

16. mest- of composthopen te hebben welk niet op doeltreffende wijze aan het oog zijn onttrokken;

17. regenwater vanaf opstallen vrij te lozen op de tuin, in het riool of in de drainage. Hiervoor is een afvoer naar de binnensloot vereist;

18. ontsierende voorwerpen aan te brengen in de sloot, zoals b.v. trommels van wasmachines. Als extra zuigfilter voor de pomp kan dienen een verticaal in te sloot te plaatsen dikwandige plastic buis van ca 15 cm diameter met sleuven of gaatjes voor het aanzuigen van water;

19. televisie- of radioantennes te plaatsen aan de padzijde van het huisje en deze hoger dan 2 meter boven de nok te laten uitsteken;

20. zonder maatregelen te hebben genomen, ter voorkoming van grondverontreiniging, op de tuin huisbrandolie in voorraad te hebben.
Indien grondverontreiniging wordt geconstateerd zal het betreffende lid aansprakelijk worden gesteld voor de reinigingskosten van de vervuilde grond.

 

Artikel 11. Afwijking van de gestelde regels

Indien bij het verlaten van de tuin blijkt dat van de regels van dit reglement of huishoudelijk reglement is afgeweken, zal dit worden hersteld op kosten van het lid dat heeft opgezegd en in mindering van het taxatiebedrag worden gebracht.

 

Artikel 12. Slotbepaling

In alle gevallen, waarin niet is voorzien in het tuinreglement, neemt het bestuur de nodige beslissingen. Deze beslissingen zijn onderworpen aan goedkeuring achteraf van de algemene vergadering.

<<<Terug>>>